ECLI:NL:RVS:2005:AU4143
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschriften inzake opslagcapaciteit, groenstrook en geluidhinder bij milieubelasting
Bij besluit van 13 december 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een milieuvergunning voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het verwerken en opslaan van diverse afvalstoffen en materialen. Tegelijkertijd werd een vergunning geweigerd voor incidentele aan- en afvoer van zand in de avond- en nachtperiode. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep van appellanten sub 1B niet-ontvankelijk was voor het geschil over voorschrift 3.1.1 wegens het ontbreken van bedenkingen in de ontwerpfase. De overige beroepen werden inhoudelijk beoordeeld. De Raad vond dat de voorschriften omtrent de opslagcapaciteit voor asbesthoudend bouwmateriaal (3.1.8) niet overeenkwamen met de aanvraag en daarmee in strijd waren met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook was onduidelijkheid over de groenstrook (voorschriften 11.1.1 en 11.1.2) in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Verder werd het beroep afgewezen inzake de stofmaatregelen en de ligging van schepen, omdat de vergunningvoorschriften hier voldoende bescherming boden. De weigering van de vergunning voor incidentele activiteiten in de avond- en nachtperiode werd bevestigd vanwege onaanvaardbare geluidhinder. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 2 en gelastte een nieuw besluit binnen 12 weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt delen van de vergunning en beveelt herziening binnen 12 weken, met proceskostenvergoeding aan appellante sub 2.