ECLI:NL:RVS:2005:AU4161
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning lozing verontreinigd hemelwater
Verzoekster, de Coöperatieve Zuidelijke Aan- en Verkoopvereniging U.A., heeft beroep ingesteld tegen een vergunning verleend door het waterschap Zeeuws-Vlaanderen voor het lozen van verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening om schorsing van het vergunningvoorschrift 3.2 te bewerkstelligen, dat voorschrijft dat hemelwater een bezinksel- en olie-benzineafscheider moet passeren.
Tijdens de zitting heeft verweerder aangegeven dat handhavend optreden bij overtreding van dit voorschrift onverwijld zal plaatsvinden, maar in de beroepsprocedure enkel bij calamiteiten. Verzoekster stelde dat de voorschriften onnodig zijn en dat de noodzaak onvoldoende is onderzocht.
De Voorzitter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is voor het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat voorschrift 8.1 handhaving bij calamiteiten mogelijk maakt. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Daarnaast werd het waterschap veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 oktober 2005.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.