ECLI:NL:RVS:2005:AU4566
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale uitbreiding berging in Delft
Het college van burgemeester en wethouders van Delft legde appellant een last onder dwangsom op om binnen zes weken de uitbreiding van een berging te verwijderen, omdat deze niet overeenkwam met de verleende bouwvergunning en in strijd was met het bestemmingsplan "Binnenstad Delft". Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was tot handhavend optreden op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, omdat de uitbreiding niet was vergund. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie, aangezien het bestemmingsplan recent was vastgesteld en het college geen vrijstelling wilde verlenen. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maakten.
Appellant voerde aan dat hij geen inzicht had gekregen in het advies van het vakteam Stedenbouwkundige ontwikkeling, maar de Raad oordeelde dat het college ook zonder dit advies bevoegd was en dat de beslissing voldoende was gemotiveerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant relevante vergelijkbare gevallen niet eerder had ingebracht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.