ECLI:NL:RVS:2005:AU4602
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanschrijving op grond van artikel 19 Woningwet wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft appellante, B.M.G. Vastgoed B.V., aangeschreven om onderhoudsvoorzieningen te treffen aan panden aan de Reactorweg 1, 3 en 5 te Utrecht, onder oplegging van dwangsommen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het college gedeeltelijk tegemoet kwam, maar het merendeel van de aanschrijving handhaafde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bij het handhaven van de aanschrijving op grond van artikel 19 van Pro de Woningwet niet de vereiste motivering had gegeven, omdat niet was beoordeeld aan de criteria uit de welstandsnota was getoetst. Dit gebrek aan motivering leidt tot vernietiging van dat deel van het besluit.
De Afdeling bevestigde echter dat het college terecht toepassing had gegeven aan artikel 17 van Pro de Woningwet voor de gebreken aan de panden. Verder werd geoordeeld dat de wijziging van de dwangsommen geen verzwarende last opleverde. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd voor zover het de aanschrijving op grond van artikel 19 betreft Pro, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het de aanschrijving op grond van artikel 19 van de Woningwet betreft.