ECLI:NL:RVS:2005:AU4970
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade bij extreme regenval 1998 door Waterschap Hunze en Aa's
Het Waterschap Hunze en Aa's stelde beroep in tegen de afwijzing van een tegemoetkoming in schade en bereddingskosten die voortvloeiden uit de extreme regenval van oktober 1998. De Minister had een tegemoetkoming toegekend, maar weigerde vergoeding voor kosten zoals inzet van noodpompen en consumpties voor hulpverleners.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat alleen schade aan eigen eigendommen en daaraan gerelateerde bereddingskosten voor vergoeding in aanmerking komen. Kosten voor ingelanden en reguliere beheerstaken vielen hier niet onder.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en verwierp de grieven van appellant over onduidelijkheid van het besluit, onterechte afwijzing van bepaalde kosten en vermeende schending van het vertrouwensbeginsel. Ook het onderscheid tussen herstel en verbetering werd bevestigd als grond voor gedeeltelijke vergoeding.
De uitspraak benadrukt dat de wet en regeling strikt limitatief zijn en dat de Minister binnen deze kaders heeft gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het beroep en handhaaft het besluit van de Minister tot gedeeltelijke tegemoetkoming in de schade.