Uitspraak
199902098/1, heeft de Afdeling de beslissing op het bezwaar van appellante van 4 augustus 1999, kenmerk MBG 99196281/270, inzake vaststelling van een geluidwaarde, gedeeltelijk vernietigd.
Raad van State
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van 31 augustus 2004 waarbij een hogere geluidwaarde van 65 dB(A) op de gevel van haar woning werd vastgesteld, in plaats van de eerdere 63 dB(A). Zij voerde aan dat zij niet opnieuw was gehoord over gewijzigde akoestische omstandigheden en dat de geluidbelasting hoger was dan vastgesteld, waardoor de woonbestemming onttrokken had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder terecht geen nieuw gehoor hoefde te geven omdat de ambtsberichten van gedeputeerde staten geen nieuwe relevante feiten bevatten. Tevens werd bevestigd dat de geluidwaarde juist was vastgesteld op basis van het eindrapport fase III en het correctierapport van Van der Boom BV, welke niet door appellante waren betwist.
Verder werd geoordeeld dat het besluit op 29 september 2004 aan appellante was toegezonden en daarmee tijdig in werking was getreden vóór de gestelde ingangsdatum 1 oktober 2004. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van een hogere geluidwaarde is ongegrond verklaard.