ECLI:NL:RVS:2005:AU4995
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift inzake onderzoeksverplichting waterbezwaarlijkheid
Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas verleende op 13 oktober 2004 een vergunning aan AKZO Nobel Pharma B.V. voor het lozen van afvalstoffen op oppervlaktewater via de gemeentelijke riolering. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer over de duur van de vergunning en de onderzoeksverplichtingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor het punt van de duur van de vergunning, omdat appellante hiertegen geen bedenking had ingebracht bij het ontwerpbesluit. Wel werd geoordeeld dat de onderzoeksverplichting in artikel 5 van Pro de vergunning, met name de termijn van zeven jaar voor het vaststellen van de waterbezwaarlijkheid van stoffen, onvoldoende was gemotiveerd en derhalve in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verder werd vastgesteld dat de onderzoeksverplichting gericht is op een beperkt deel van stoffen waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn en dat de termijn van zeven jaar als bijzonder ruim kan worden beschouwd. De Afdeling vernietigde daarom artikel 5 van Pro de vergunning en droeg het waterschap op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. Tevens werd het waterschap veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Artikel 5 van de vergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de onderzoeksverplichting en het waterschap dient een nieuw besluit te nemen.