ECLI:NL:RVS:2005:AU5109
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- D.A.C. Slump
- S.H. van den Ende
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Brummen tot vergoeding proceskosten na intrekking voorlopige voorziening
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen en vroeg tegelijkertijd een voorlopige voorziening bij de Raad van State. Kort daarna trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in, omdat het college van burgemeester en wethouders van Brummen het dwangsombesluit had verlengd, wat als gedeeltelijk tegemoetkomen werd beschouwd.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de verzoeker is tegemoetgekomen. De Voorzitter oordeelde dat het verlengen van de begunstigingstermijn van het dwangsombesluit een zodanige gedeeltelijke tegemoetkoming vormde.
De Voorzitter bepaalde dat het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond was en veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Brummen tot betaling van €322,- aan proceskosten, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde partij.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 13 oktober 2005 door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, in aanwezigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Brummen is veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming en intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.