Uitspraak
200504209/2, is verwoord. Gelet hierop komt het verzoek niet voor inwilliging in aanmerking.
Raad van State
De gemeenteraad van Amsterdam stelde op 13 oktober 2004 het bestemmingsplan 'Tweede herziening van het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn' vast, dat onder meer het beschermde stadsgezicht moet beschermen. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland keurde dit plan goed op 26 april 2005. De Stichting Monumentenbehoud Nederland (SMN) stelde beroep in tegen deze goedkeuring en verzocht op 8 september 2005 om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 13 oktober 2005, waarbij ook de gemeenteraad van Amsterdam als partij werd gehoord. SMN voerde bezwaren aan tegen de aanleg van de Noord-Zuidlijn en de bescherming van het historische stadsgezicht. De gemeenteraad stelde dat het plan aanvullende beschermende regels bevat en verwees naar eerdere vergelijkbare bestemmingsplannen.
De Voorzitter overwoog dat het verzoek grotendeels dezelfde gronden betrof als een eerder afgewezen verzoek van 12 september 2005. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en de reeds lopende bouwwerkzaamheden achtte de Voorzitter het verzoek niet aannemelijk om nadelige gevolgen te voorkomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Noord-Zuidlijn wordt afgewezen.