ECLI:NL:RVS:2005:AU5371
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving slooplast dakopbouw zonder uitzicht op legalisatie
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid legde appellanten een last onder dwangsom op om een dakopbouw te verwijderen die in strijd was met de verleende bouwvergunning van 30 mei 2001. Appellanten maakten bezwaar en voerden onder meer aan dat het welstandsadvies gebrekkig was en dat er uitzicht op legalisatie zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Raad van State dit oordeel. De Raad stelde vast dat de dakopbouw zonder vergunning was gebouwd en dat het bestuursorgaan bevoegd was handhavend op te treden. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie, aangezien het verzoek om vergunning was geweigerd en die weigering onherroepelijk was geworden.
De stelling van appellanten dat het welstandsadvies gebrekkig zou zijn, kon niet meer worden meegenomen omdat het besluit tot weigering van de vergunning in rechte onaantastbaar was. Ook was het handhavend optreden niet onevenredig. De Raad van State wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van de slooplast bevestigd.