ECLI:NL:RVS:2005:AU5378
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing energiepremie wegens onjuiste toepassing regeling
Appellanten hadden een aanvraag ingediend voor een energiepremie voor een in 2002 gesloten aannemingsovereenkomst, waarbij de voorziening in augustus 2003 werd opgeleverd. De aanvraag werd afgewezen door verweerder, die de aanvraag beoordeelde aan de hand van de Tijdelijke regeling energiepremies 2003 (Tre 2003). Appellanten stelden dat de Intrekkingsregeling van toepassing was, die een langere termijn voor indiening van de aanvraag bood.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Tre 2003 met ingang van 16 oktober 2003 was ingetrokken en dat op het moment van het besluit de Intrekkingsregeling van toepassing was. Verweerder had de aanvraag onjuist getoetst aan artikel 11 van Pro de Tre 2003, waardoor het besluit op bezwaar niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro was genomen.
Voorts werd geoordeeld dat voor aanvragen op grond van de fiscale energiepremieregeling de belastingrechter bevoegd is en dat de Afdeling dit deel van het beroep buiten beschouwing liet. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de juiste regeling en een zorgvuldige bezwaarprocedure conform de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de energiepremie wordt vernietigd.