ECLI:NL:RVS:2005:AU5398
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken direct belang bij uitvoer metallisch kwikhoudend afval
Bij besluit van 27 juli 2004 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van een vergunninghoudster om 100.000 kg metallisch kwikhoudende afvalstoffen uit te voeren naar Zwitserland. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij volgens verweerder niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.
Appellante stelde dat zij rechtstreeks in haar belang werd getroffen omdat zij vergunning had voor het bewerken van kwikhoudende afvalstoffen en onvoldoende eigen capaciteit had, waardoor zij afhankelijk zou zijn van import. Ook voerde zij aan dat uitvoer naar het buitenland de concurrentiepositie zou schaden en dat afvalverwijdering zo dicht mogelijk bij de plaats van ontstaan moet plaatsvinden.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij een recht of feitelijke greep op de afvalstoffen zou hebben indien export niet werd toegestaan. De verwachting dat afvalstoffen aan haar zouden worden aangeboden was onvoldoende voor een rechtstreeks belang, temeer daar zij niet de enige verwerker in Nederland is. Daarom was appellante terecht niet als belanghebbende aangemerkt en was het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd in het openbaar uitgesproken op 2 november 2005.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang bij het besluit tot uitvoer van metallisch kwikhoudend afval.