ECLI:NL:RVS:2005:AU5403
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie na herziening door minister
Appellant kreeg van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer besluiten waarbij de huursubsidie over het subsidietijdvak 1 juli 2002 tot 1 juli 2003 op nihil werd vastgesteld en het teveel betaalde bedrag van € 2.041,68 werd teruggevorderd. Daarnaast werd de subsidie over het tijdvak 1 juli 2001 tot 1 juli 2002 lager vastgesteld en € 125,24 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond, waarbij het subsidietijdvak 2001/2002 niet in het geding werd betrokken omdat appellant dit te laat had ingebracht. Appellant stelde in hoger beroep dat dit onterecht was en voerde aan dat de minister ten onrechte was uitgegaan van gegevens van de Belastingdienst zonder formele aanslag. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht mocht uitgaan van het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen, ook al was geen formeel aanslag opgelegd, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze gegevens onjuist waren.
Verder werd geoordeeld dat het bestaan van schulden van appellant niet verhinderde dat de minister het teveel betaalde bedrag terugvorderde, omdat appellant de mogelijkheid had om een betalingsregeling te verzoeken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.