Uitspraak
200301005/1maakt de omstandigheid dat de prostituees in afwachting van een beslissing op de aanvraag rechtmatig in Nederland verblijven niet dat zij in dat stadium aan de zogenoemde Associatieovereenkomsten, tussen de landen uit het voormalige Oostblok enerzijds en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten anderzijds, aanspraak kunnen ontlenen om hier te lande arbeid als zelfstandige te mogen verrichten. Zolang de prostituees niet hebben voldaan aan de in de Nederlandse wetgeving gestelde procedurele vereisten voor verlening van een verblijfsvergunning en het daaraan gekoppelde en aan de Associatieovereenkomsten ontleende recht arbeid te verrichten als zelfstandige, is hun het verrichten van arbeid hier te lande in elk geval niet toegestaan en brengt, naar het oordeel van de Afdeling, het imperatieve karakter van artikel 97, eerste lid, sub c, van de APV mee dat de burgemeester gehouden was de gevraagde exploitatievergunning te weigeren.