ECLI:NL:RVS:2005:AU5550
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens herroepen bouwvergunning in strijd met bestemmingsplan
Appellanten vroegen vergoeding van schade die zij zouden hebben geleden door het verlenen en later herroepen van een bouwvergunning voor een huisartsenpraktijk. De vergunning was aanvankelijk verleend op 26 januari 1999, maar later herroepen omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. Het college wees het verzoek om schadevergoeding af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij door het besluit van 26 januari 1999 schade hadden geleden omdat zij eerder hadden kunnen beginnen met bouwen, wat extra huur- en bouwkosten veroorzaakte. De Raad van State oordeelde echter dat appellanten niet in een ongunstiger positie waren gekomen dan wanneer de vergunning direct had moeten worden geweigerd. Bovendien was niet zeker dat een vergunning met vrijstelling onherroepelijk zou zijn geweest.
Daarnaast stelde appellanten dat ambtelijke toezeggingen hen recht gaven op vergoeding, maar de Raad stelde vast dat dergelijke toezeggingen geen besluit vormen waartegen bezwaar of beroep mogelijk is. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk; de afwijzing van schadevergoeding wordt bevestigd.