ECLI:NL:RVS:2005:AU5826
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- T.L.J. Drouen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning grondwateronttrekking Essent Facilities
Op 3 augustus 2005 verleende de provincie Noord-Brabant aan Essent Facilities B.V. een vergunning voor het onttrekken en injecteren van grondwater ten behoeve van een koude- en warmteopslagsysteem in het Essentkantoor te 's-Hertogenbosch. Heineken Nederland B.V. stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht op 16 september 2005 om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 17 oktober 2005. Verzoekster voerde aan dat het systeem niet vergunningplichtig zou zijn en dat het provinciaal plan voor waterhuishouding niet aan de wettelijke eisen voldoet. Tevens stelde zij dat de effectenstudie onvoldoende was en dat de vergunning negatieve gevolgen zou hebben voor haar wateronttrekkingen en beschermde natuurgebieden.
De Voorzitter oordeelde dat het beroep voor zover het de vergunningplicht betreft ontvankelijk is en dat nader onderzoek in de bodemprocedure noodzakelijk is. Het is voorlopig niet onaannemelijk dat een vergunningplicht bestaat. De gevreesde effecten zullen zich pas over vele jaren voordoen, waardoor geen spoedeisend belang bestaat voor een voorlopige voorziening.
Daarom wees de Voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 31 oktober 2005 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.