ECLI:NL:RVS:2005:AU5853
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onbevoegdheid inzake urgentieverklaring woonruimteverdeling
Op 13 april 2004 weigerde de Urgentiecommissie KAN regio aan appellant een urgentieverklaring te verlenen. De Klachtencommissie KAN regio verklaarde de klacht van appellant ongegrond en handhaafde de beslissing. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde de beslissing maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de klachtencommissie niet bevoegd was om te beslissen over het administratief beroep tegen de besluiten van de Urgentiecommissie KAN regio, omdat er geen privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeenten en woonruimte-eigenaren was gesloten.
De rechtbank had ten onrechte de klachtencommissie als bestuursorgaan en haar beslissing als besluit aangemerkt en zich bevoegd verklaard. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde deze onbevoegd en verwees de klacht terug naar de Urgentiecommissie KAN regio voor behandeling als bezwaarschrift.
Verder werd appellant proceskostenvergoeding toegekend en het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard en de klacht wordt terugverwezen naar de Urgentiecommissie KAN regio.