ECLI:NL:RVS:2005:AU5855
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- M.W.L. Simons-Vinckx
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor opslag en ontwatering baggerspecie aan Oud Wulfseweg niet vernietigd
Bij besluit van 26 oktober 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een vergunning aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het opslaan en ontwateren van baggerspecie op een perceel aan de Oud Wulfseweg te Houten. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege zorgen over milieuschade, geurhinder, bodemverontreiniging en de locatie van de inrichting.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het zich richtte tegen de locatie en de overlast van muggenzwermen, omdat appellant daartegen geen bedenkingen had ingebracht tijdens de ontwerpbesluitfase. De overige gronden, waaronder milieu- en bodembezwaren, werden inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling stelde vast dat de vergunningverlening in overeenstemming is met de Wet milieubeheer en dat de nadelige milieugevolgen voldoende kunnen worden voorkomen of beperkt door voorschriften.
Het deskundigenbericht en de vergunningvoorschriften boden voldoende waarborgen tegen bodemverontreiniging, geurhinder en aantasting van natuurwaarden. Ook het betoog over doelmatig beheer van afvalstoffen faalde, aangezien de verwerking van baggerspecie een positieve bijdrage levert. De Afdeling verklaarde het beroep voor het overige ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard; de vergunning blijft van kracht.