Uitspraak
200501522/1, heeft overwogen, is de aanvankelijk aanvraag van 1 juni 2004 om een revisievergunning vervallen doordat appellante op 16 december 2004 een nieuwe aanvraag om een milieuvergunning heeft ingediend. Verder blijkt uit de stukken dat verweerder het noodzakelijk achtte om van appellante financiële zekerheid te verlangen voor de aangevraagde activiteiten. Appellante was blijkens haar brief van 18 januari 2005 niet bereid of in staat om de door verweerder verlangde financiële zekerheid te stellen. Verweerder heeft gezien het voorgaande ten tijde van het nemen van het bestreden besluit op goede gronden geconcludeerd dat geen concreet zicht op legalisatie bestond. Verder is de Afdeling niet gebleken dat de gevolgen van handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat verweerder daarvan had behoren af te zien. Verweerder heeft bij het bestreden besluit zijn aanvankelijke besluit tot het toepassen van bestuursdwang dan ook terecht gehandhaafd. Deze beroepsgrond kan daarom niet slagen.