Uitspraak
200501871/1.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland stelde op 28 september 2004 het Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland vast. Appellant, beheerder van agrarische gebieden Deelerheide en Groenendaal, stelde beroep in tegen de begrenzingen en natuurdoeltypen die in het gebiedsplan zijn opgenomen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellant geen belang had bij bezwaren tegen deelgebieden waarin hij geen eigenaar of beheerder was. Ook werd geoordeeld dat het gebiedsplan geen planologische werking heeft en geen directe wijzigingen in grondgebruik veroorzaakt. De toekenning van natuurdoeltypen en subsidiepakketten werd als redelijk en voldoende geobjectiveerd beschouwd, ondanks dat deze financieel minder gunstig zijn voor appellant.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen toezeggingen door het college konden worden aangetoond. De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem bevestigd.