ECLI:NL:RVS:2005:AU5865
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Amersfoort inzake handhaving bouwsplitsing en schuren
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort handhavend op te treden tegen het bouwkundig splitsen van een woning en het gebruik van schuren zonder vergunning. Het college weigerde handhaving, maar verklaarde bezwaar deels gegrond en stelde een beëindiging van het gebruik als twee zelfstandige woningen binnen drie maanden.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de handhaving onvoldoende was en dat het college onvolledig onderzoek had gedaan naar het gebruik en de bouwvergunningen van de schuren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het verzoek tot handhaving van de met vergunning gebouwde schuren terecht had ingetrokken, maar dat het naliet te onderzoeken of de zonder vergunning gebouwde schuur inderdaad zonder vergunning was gebouwd of vergroot. Hierdoor was het besluit op bezwaar genomen op onvolledige feitenbasis, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvolledig feitenonderzoek.