ECLI:NL:RVS:2005:AU6202
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring inzake rommelmarktvergunningen gemeente Landgraaf
Het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf had appellante sub 1 medegedeeld dat het houden van rommel- en snuffelmarkten op haar gronden niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan en dat vergunningen niet gebruikt mochten worden. De markten werden tot 1 juli 1997 gedoogd. Na diverse besluiten en vernietigingen door de rechtbank, verklaarde de rechtbank Maastricht het beroep van appellante sub 1 niet-ontvankelijk omdat zij niet langer belanghebbende zou zijn vanwege overdracht van aandelen en vorderingen.
Appellante sub 1 stelde dat zij ten tijde van het besluit belanghebbende was en dat de overdracht van aandelen en vorderingen niet betekende dat zij geen belang meer had bij het beroep. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde de uitspraak. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.
Het hoger beroep van appellante sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld en de rechtbank werd opgedragen hierover te beslissen. De uitspraak werd door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante sub 1 is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht vernietigd, de zaak is terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.