ECLI:NL:RVS:2005:AU6215
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving woonbootverwijdering in Emmen ondanks beroep op legalisatie en gelijkheidsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen had appellanten gelast hun woonboot te verwijderen wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit tot bestuursdwang. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het verboden is om zonder vergunning een ligplaats in te nemen met een vaartuig op aangewezen openbaar water. Het college had terecht bestuursdwang bevolen omdat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond en het handhavend optreden niet onevenredig was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat ook tegen een andere woonbooteigenaar handhavend werd opgetreden en diens bezwaar inmiddels ongegrond was verklaard.
Verder was er geen grond voor het oordeel dat het college had moeten afzien van bestuursdwang vanwege vermeend verzuim om een oplossing te zoeken. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang is bevestigd.