ECLI:NL:RVS:2005:AU6216

Raad van State

Datum uitspraak
10 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200508573/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • M. Duursma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake bestuursdwang en gebruiksvergunning supermarkt Eindhoven

Lidl Nederland GmbH kreeg bij besluit van 30 maart 2004 bestuursdwang opgelegd om een pand in Eindhoven terug te brengen van supermarkt naar magazijnruimte en het gebruik als supermarkt te beëindigen. Het bezwaar van Lidl werd bij besluit van 10 december 2004 ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van Lidl op 19 augustus 2005 gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen.

Lidl stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar zou nemen en om voorbereidende werkzaamheden voor de supermarkt te verbieden. De Voorzitter behandelde het verzoek op 3 november 2005.

De Voorzitter oordeelde dat het belang van het college om geen nieuwe beslissing te nemen zwaarder weegt dan het financiële belang van Lidl om de supermarkt te openen, mede omdat Lidl geen gebruiksvergunning heeft en de bouwkundige voorzieningen zonder vergunning zijn aangebracht. De Voorzitter wees het verzoek toe voor zover het betreft het niet nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar totdat het hoger beroep is beslist, maar zag geen aanleiding voor een verdergaande voorziening.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 10 november 2005 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat het college geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

200508573/2.
Datum uitspraak: 10 november 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van onder meer:
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/3426 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 augustus 2005 in het geding tussen:
Lidl Nederland GmbH , gevestigd te Huizen
en
verzoeker.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 30 maart 2004  heeft verzoeker Lidl Nederland GmbH (hierna: Lidl) onder aanzegging van bestuursdwang gelast het pand op het perceel Hofdijkstraat 1 te Eindhoven terug te brengen in de oude staat namelijk van supermarkt tot magazijnruimte en het gebruik als supermarkt te beëindigen, beiden binnen zes weken na verzending van het besluit.
Bij besluit van 10 december 2004 heeft verzoeker het daartegen gemaakte bezwaar, voorzover hier van belang, ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 augustus 2005, verzonden op 5 september 2005, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en het college opgedragen een nieuwe besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 7 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op 11 oktober 2005, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 17 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 november 2005, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. P.J.A. Creij, ambtenaar van de gemeente, en Lidl, vertegenwoordigd door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, [directeur] en [vastgoedmanager] zijn verschenen. Voorts zijn [partijen] in persoon, bijgestaan door ir. J. van den Burg, gemachtigde, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de in hoger beroep bestreden uitspraak althans geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen. Voorts heeft verzoeker verzocht te bepalen dat Lidl zich onthoudt van het treffen van voorbereidende werkzaamheden tot inrichting van het pand als supermarkt.
2.3.    Tegenover het belang van verzoeker staat het belang van Lidl om de supermarkt in gebruik te nemen. Dit betreft een financieel belang, dat naar het oordeel van de Voorzitter niet voldoende zwaar opweegt tegen het belang van verzoeker om in afwachting van de uitspraak van de Afdeling geen nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarbij neemt de Voorzitter in aanmerking dat er geen aanleiding is om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure zonder meer geheel in stand zal blijven. Voorts beschikt Lidl niet over een gebruiksvergunning, zodat de supermarkt, waar meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn, niet, althans niet op korte termijn, in gebruik kan worden genomen. In dat verband is van belang dat het college een tweede voor de zonder de daarvoor vereiste bouwvergunning aangebrachte bouwkundige voorzieningen gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd en de rechtbank het beroep tegen de beslissing op bezwaar, waarbij die weigering is gehandhaafd, bij uitspraak van 19 augustus 2005 ongegrond heeft verklaard. Een gebruiksvergunning voor het gebruik van het pand in de huidige toestand kan daarom thans niet worden verleend. Voorts zal, zoals ter zitting aan de orde is geweest, de Afdeling het hoger beroep spoedig behandelen.
2.4.    Gelet op het voorgaande ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek toe te wijzen, voorzover het strekt tot het niet nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar totdat de Afdeling op het hoger beroep van verzoeker heeft beslist. Voor het treffen van een verdergaande voorziening wordt geen aanleiding gezien.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaar van Lidl Nederland GmbH hoeft te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Duursma
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2005
378.