ECLI:NL:RVS:2005:AU6219
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging milieuvergunning wegens onjuiste samenvoeging van inrichtingen
Verweerder verleende op 9 december 2004 een milieuvergunning aan vergunninghoudster voor de uitbreiding van een staalconstructiebedrijf met een scheepsreparatiewerf en een pallethandel op een perceel te een plaats. Appellanten stelden dat deze bedrijven als aparte inrichtingen beschouwd moeten worden en dat verschillende vergunningen vereist waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de technische, organisatorische en functionele bindingen tussen de bedrijven onvoldoende zijn om te spreken van één inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer. Zo zijn er wel gezamenlijke aansluitingen, maar ook eigen ontsluitingen en beperkte gezamenlijke apparatuur. De huurovereenkomst en beheerder met toegang tot alle bedrijven zijn onvoldoende voor één inrichting.
Daarom is het besluit tot vergunningverlening onrechtmatig en wordt het vernietigd. Het beroep van appellant sub 2 is gegrond verklaard, het beroep van appellante sub 1 deels gegrond en deels niet-ontvankelijk. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot milieuvergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste samenvoeging van meerdere inrichtingen tot één inrichting.