ECLI:NL:RVS:2005:AU6225
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit garage in strijd met bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck heeft appellante op 7 oktober 2003 aangeschreven om een garage te verwijderen of in overeenstemming te brengen met de bouwvergunning van 2 december 2000. Appellante maakte bezwaar tegen dit handhavingsbesluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellante stelde dat het college een evidente misslag had gemaakt door een gewijzigde bouwvergunning te weigeren, maar zij had geen bezwaar tegen dat besluit gemaakt. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat dit bezwaarrecht niet was benut en dat de weigering van de vergunning daarmee rechtens vaststaat.
Verder stelde appellante dat bijzondere omstandigheden, zoals het bouwvlak in het bestemmingsplan en de aanwezigheid van een gastank, een uitzondering op handhaving rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen beletsel vormen voor handhaving. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie en geen reden om van handhaving af te zien.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.