ECLI:NL:RVS:2005:AU6241
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens niet opgegeven inkomen echtgenote
Appellant kreeg huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1998 tot 1 juli 1999, maar de minister stelde bij besluit van 4 februari 2004 de subsidie nader vast op nihil en vorderde € 1.649,94 terug omdat het inkomen van de echtgenote van appellant niet was betrokken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. Appellant stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat het inkomen van zijn echtgenote buiten beschouwing bleef en dat de minister onredelijk handelde door pas na vijf jaar te herzien, waardoor hij de vangnetregeling misliep.
De Raad van State oordeelde dat appellant had moeten weten dat de subsidie tot vijf jaar na afloop kon worden herzien en dat hij verplicht was alle relevante gegevens, waaronder het inkomen van zijn echtgenote, te verstrekken. De minister handelde binnen de wettelijke termijn en het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.