ECLI:NL:RVS:2005:AU6649

Raad van State

Datum uitspraak
15 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200508664/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.M. Boll
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake wateroverlast door hemelwaterbassins

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Emmen om hun verzoek om handhaving met betrekking tot de inrichting van een vergunninghouder aan een locatie in een plaats af te wijzen. Het geschil betreft de door verzoekers gestelde wateroverlast op hun perceel, veroorzaakt door het overlopen van waterbassins op het perceel van de inrichting.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting bleek dat de waterbassins in de herfst- en winterperiode niet tijdig worden geleegd, waardoor wateroverlast ontstaat. Echter bevatte de geldende revisievergunning, verleend krachtens de Wet milieubeheer, geen voorschriften over de opvang en opslag van hemelwater.

Daarom is vastgesteld dat er geen vergunningvoorschrift is overtreden. Gezien dit ontbreken van voorschriften is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2005 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van vergunningvoorschriften over hemelwateropvang.

Uitspraak

200508664/1.
Datum uitspraak: 15 november 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Emmen,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 16 september 2005, kenmerk 05.33539, heeft verweerder het verzoek om handhaving van verzoekers met betrekking tot de inrichting van [vergunninghouder] aan het [locatie] te [plaats] (hierna: de inrichting), afgewezen.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.
Bij brief van 13 oktober 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 oktober 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2005, waar van verzoekers [gemachtigde], bijgestaan door mr. drs. J.A. van 't Slot, en verweerder, vertegenwoordigd door J. van Dijk, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. A.J. Poelman, als partij gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het geding zich toespitst op de door verzoekers gestelde met name in de herfst- en winterperiode te verwachten wateroverlast op hun perceel.
Op het perceel van de inrichting zijn waterbassins geplaatst waarin hemelwater wordt opgevangen. Verzoekers stellen dat de waterbassins niet tijdig worden geleegd en dat deze derhalve overstromen en wateroverlast veroorzaken op het lager gelegen perceel van verzoekers.
2.2.    De Voorzitter stelt vast dat de voor de inrichting bij besluit van 29 maart 2005 krachtens de Wet milieubeheer verleende revisievergunning, welke ten tijde van nemen van het bestreden besluit rechtskracht had, geen voorschriften bevat inzake de opvang en opslag van hemelwater. Daargelaten de juistheid van de stelling van verzoekers is derhalve geen vergunningvoorschrift overtreden.
2.3.    Gezien het vorenstaande dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll    w.g. Van Hardeveld
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2005
312.