ECLI:NL:RVS:2005:AU6649
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake wateroverlast door hemelwaterbassins
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Emmen om hun verzoek om handhaving met betrekking tot de inrichting van een vergunninghouder aan een locatie in een plaats af te wijzen. Het geschil betreft de door verzoekers gestelde wateroverlast op hun perceel, veroorzaakt door het overlopen van waterbassins op het perceel van de inrichting.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting bleek dat de waterbassins in de herfst- en winterperiode niet tijdig worden geleegd, waardoor wateroverlast ontstaat. Echter bevatte de geldende revisievergunning, verleend krachtens de Wet milieubeheer, geen voorschriften over de opvang en opslag van hemelwater.
Daarom is vastgesteld dat er geen vergunningvoorschrift is overtreden. Gezien dit ontbreken van voorschriften is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2005 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van vergunningvoorschriften over hemelwateropvang.