ECLI:NL:RVS:2005:AU6655
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M.A.E. Planken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na ruiming munitie op terrein van appellante
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 6 februari 2004 een verzoek van appellante om schadevergoeding wegens de ruiming van munitie uit de Tweede Wereldoorlog op haar terrein afgewezen. Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
Appellante stelde dat door de ruiming van munitie het terrein de status 'te ruimen terrein' had gekregen en dat haar daardoor een verplichting was opgelegd om de ruiming niet tegen te werken. Ook stelde zij dat het college verantwoordelijk was voor de openbare orde en veiligheid. De Raad van State oordeelde echter dat de beslissing tot ruiming geen rechtsgevolgen heeft en dat de gevolgen feitelijk zijn. Er is geen sprake van het creëren van een status of het opleggen van een verplichting.
Daarom is de weigering van het college om schadevergoeding te verlenen niet vatbaar voor beroep bij de bestuursrechter, en kon er ook geen bezwaar tegen worden gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.