ECLI:NL:RVS:2005:AU6667
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning melkrundveehouderij wegens onvoldoende motivering stankaspect
Bij besluit van 27 september 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf een vergunning voor een melkrundveehouderij aan een vergunninghoudster. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege stankhinder en de korte afstand van de kuilvoeropslag en ligboxenstal tot zijn woning.
De Raad van State oordeelde dat de afstand van 25 meter tot de kuilvoeropslag redelijk was en dat de aan de vergunning verbonden voorschriften voldoende bescherming boden tegen hinder. Echter, de afstand van circa 42 meter tussen de ligboxenstal en de woning van appellant voldeed niet aan de vereiste 50 meter volgens de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996.
Verder bleek dat de vergunning onvoldoende waarborgde dat geen stallucht binnen 50 meter van de woning zou vrijkomen. Omdat de uitbreiding van het aantal dieren niet kon worden gebaseerd op bestaande rechten, was de motivering van het besluit niet deugdelijk. De vergunning werd daarom vernietigd en appellant kreeg proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De vergunning voor de melkrundveehouderij wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder en afstand tot de woning van appellant.