Uitspraak
200404617/1- kort weergegeven - overwogen dat voor het bepalen van de drempelwaarden zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit dient te worden uitgegaan van het aantal aangevraagde of vergunde dieren en niet van het aantal dierplaatsen. Voorzover verweerder betoogt dat in dit geval niet van het aantal aangevraagde dieren moet worden uitgegaan, omdat sprake is van een redelijkerwijs binnen afzienbare tijd voorzienbare uitbreiding, overweegt de Afdeling - wat hiervan ook zij - dat niet aannemelijk is geworden dat een dergelijke voorzienbare uitbreiding aan de orde is. Het enkele feit dat de stallen qua oppervlakte op zich zodanig groot zijn dat hierin een groter aantal dieren dan is aangevraagd kan worden gehouden is daartoe niet doorslaggevend. Van in ieder geval ten tijde van het nemen van het bestreden besluit bestaande concrete plannen tot uitbreiding van de inrichting is niet gebleken. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd gesteld dat de in de stallen aangebrachte, benodigde voorzieningen voor het houden van hennen, niet wijzen op een uitbreiding binnen afzienbare tijd. Gelet op het vorenstaande moet worden geoordeeld dat verweerder de aanvraag ten onrechte hierom op grond van artikel 7.28, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer buiten behandeling heeft gelaten.