ECLI:NL:RVS:2005:AU6671
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning varkenshouderij wegens vervallen rechten en onvolledige motivering
Bij besluit van 8 maart 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert een vergunning voor een varkenshouderij op een perceel te Mill. De vergunning was gebaseerd op rechten uit een eerdere vergunning van 10 december 2001. Appellante, een milieuvereniging, stelde dat de rechten voor stal 7 waren vervallen omdat deze stal niet was gerealiseerd binnen de wettelijk gestelde termijn.
De Raad van State stelde vast dat de eerdere vergunning op 25 januari 2002 onherroepelijk was geworden en dat de driejarentermijn voor het in werking brengen van de inrichting op die datum was aangevangen. Omdat stal 7 niet binnen drie jaar was voltooid, waren de rechten voor 324 biggen en 70 vleesvarkens vervallen. Het college had zich bij het nieuwe besluit onterecht op deze rechten gebaseerd.
Verder oordeelde de Raad dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de vergunningverlening niet kon worden gebaseerd op de bestaande rechten gezien de toename van mestvarkeneenheden en de overbelaste situatie. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens vervallen rechten en onvoldoende motivering.