ECLI:NL:RVS:2005:AU6691
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid na agressief rijgedrag
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 21 december 2004 een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs. Dit volgde op meldingen van politie over agressief en onaangepast rijgedrag, waaronder bewust inrijden op een agent en verzet bij aanhouding.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam schortte aanvankelijk het besluit op en verklaarde later het bezwaar ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het besluit onrechtmatig was en dat artikel 130 WVW Pro onjuist werd toegepast in plaats van artikel 164 WVW Pro.
De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht een onderzoek en schorsing oplegde op grond van artikel 131 WVW Pro en de bijbehorende Regeling. Het betoog van appellant over détournement de pouvoir en schending van artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat het onderzoek geen strafrechtelijke procedure betreft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs en het onderzoek naar rijgeschiktheid bevestigd.