Uitspraak
200401171/1) is bevestigd. Derhalve is de burgemeester bevoegd terzake handhavend op te treden.
Raad van State
De burgemeester van Arnhem heeft appellanten medegedeeld dat zij hun raamprostitutiebedrijven moesten staken, anders zou bestuursdwang worden toegepast door het doorzicht van de ramen te belemmeren. Appellanten voerden aan dat handhaving onevenredig was omdat een alternatieve locatie ontbrak en dat de gemeente nalatig was geweest.
De rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling overwoog dat het gemeentebestuur gerechtvaardigd was in het weigeren van vergunningen en het toepassen van bestuursdwang, ook al was de alternatieve locatie nog niet beschikbaar vanwege vertragingen in bestemmingsplannen.
Verder oordeelde de Raad dat het ontbreken van overleg over de alternatieve locatie en het niet aanbieden van financiële compensatie geen reden waren om af te zien van handhaving. Appellanten konden een afzonderlijk schadebesluit aanvragen, maar hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de schade onevenredig was ten opzichte van het handhavingsbelang.
De hoger beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de handhaving van bestuursdwang tegen exploitatie van raamprostitutie zonder vergunning ondanks het ontbreken van een alternatieve locatie.