ECLI:NL:RVS:2005:AU6695
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.A.M. van Angeren
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opslag grond wegens onrechtmatige voorschriften
Bij besluit van 8 maart 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan De Voorste Heide B.V. een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor de opslag van schone en verontreinigde grond. Appellanten maakten bezwaar en beroep tegen dit besluit. Het beroep van appellant sub 1 werd deels niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit voor bepaalde gronden.
Appellant sub 2 voerde aan dat de vergunning onterecht ook betrekking had op nazorgactiviteiten op aangrenzende percelen, activiteiten die niet waren aangevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de grondslag van de aanvraag had verlaten door voorschriften te verbinden aan de vergunning die betrekking hadden op deze nazorgactiviteiten.
Verder werd geoordeeld dat de voorziene maatregelen voldoende bescherming boden tegen bodemverontreiniging door opslag van grond met onbekende samenstelling. Het beroep van appellant sub 1 werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard, terwijl het beroep van appellant sub 2 gegrond werd verklaard en het besluit voor een deel werd vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 2.
Uitkomst: Het besluit wordt deels vernietigd wegens onrechtmatige voorschriften omtrent nazorgactiviteiten; beroep van appellant sub 1 deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond, beroep van appellant sub 2 gegrond.