ECLI:NL:RVS:2005:AU6699
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag energiepremie wegens te late aanvraag na intrekking regeling
Appellant had in maart 2002 een aannemingsovereenkomst gesloten voor het aanbrengen van een rieten schroefdak, dat pas in september 2003 werd aangebracht. De aanvraag voor een energiepremie werd op 15 oktober 2003 ingediend, ruim na de uiterste datum van 2 april 2003 zoals bepaald in de intrekkingsregeling van de Tijdelijke regeling energiepremies 2003.
Verweerder wees de aanvraag af omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vertraging niet aan hem te wijten was. Appellant voerde aan dat hij met de dakdekker had afgesproken dat de voorziening voor eind 2002 geleverd zou worden, maar dit kon niet worden bewezen. Bovendien had appellant rekening moeten houden met de gebruikelijke lange leveringstermijnen in de branche.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en dat geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard. Tevens werd geoordeeld dat verweerder niet bevoegd was om te beslissen over energiepremies op grond van de fiscale regeling voorafgaand aan de Tre 2003. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energiepremieaanvraag wordt ongegrond verklaard.