ECLI:NL:RVS:2005:AU7182
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verzoek aanwijzing advocaat
Het bureau Rechtsbijstandvoorziening wees het verzoek van verzoeker om een andere advocaat aan te wijzen af bij brief van 14 juli 2003. Dit werd gevolgd door een besluit van appellant dat het beroep van verzoeker ongegrond verklaarde. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van verzoeker gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het administratief beroep alsnog niet-ontvankelijk.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van 14 juli 2003 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb is, omdat er geen publiekrechtelijke grondslag voor bestaat. Zowel de Wet op de rechtsbijstand als de Advocatenwet bevatten geen expliciete bevoegdheid voor appellant om een advocaat aan te wijzen.
De Afdeling concludeerde dat de brief slechts een feitelijke mededeling is zonder rechtsgevolg en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.