ECLI:NL:RVS:2005:AU7187
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar voor bouw bijgebouwen in buitengebied
Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft op 15 juli 2003 geweigerd een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor de bouw van twee bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 200 m2 op een perceel in het buitengebied, waarop reeds een villa met aangebouwde bijgebouwen stond.
Appellant stelde dat het perceel niet als buitengebied kon worden aangemerkt en dat de bestuurspraktijk van GS onredelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat GS terecht uitging van een maximum toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m2, met een mogelijke verruiming tot 200 m2 bij sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, en dat deze bestuurspraktijk niet onredelijk was.
De Raad van State bevestigde dat de bestuurspraktijk niet in strijd is met het streekplan en dat GS redelijk heeft geoordeeld dat het bouwplan niet binnen deze praktijk past. Ook het betoog dat een goede ruimtelijke onderbouwing ontbrak en dat er sprake was van een vervolgplan faalde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring van geen bezwaar bevestigd.