ECLI:NL:RVS:2005:AU7191

Raad van State

Datum uitspraak
30 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200505668/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak over bestemmingsplan

In deze zaak verzocht de belanghebbende om herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 juni 2004. De verzoeker stelde dat recent archiefonderzoek nieuwe feiten had opgeleverd die aantonen dat een bouwwerk op een perceel ten onrechte geen positieve bestemming had gekregen in het bestemmingsplan uit 1976.

De Afdeling overwoog dat herziening een buitengewoon rechtsmiddel is bedoeld om onjuist gebleken feitelijke uitgangspunten te corrigeren en niet om het debat te heropenen. Verder stelde de Afdeling vast dat de feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoerde niet redelijkerwijs onbekend konden zijn vóór de uitspraak en dat verzoeker deze bezwaren reeds in eerdere procedures had ingebracht, welke waren verworpen.

Daarom concludeerde de Afdeling dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht voor herziening. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.

Uitspraak

200505668/1.
Datum uitspraak: 30 november 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 9 juni 2004, in zaak no.
200306900/1.
1.    Procesverloop
Bij uitspraak van 9 juni 2004, in zaak no.
200306900/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij brief van 29 juni 2005 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 oktober 2005, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. W. Sleijfer, advocaat te Leeuwarden, en het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren (hierna: het college), vertegenwoordigd door mr. M.P. Boot, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2.    De Afdeling stelt voorop dat herziening een buitengewoon rechtsmiddel betreft, dat er in beginsel toe strekt een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren. De herziening is niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
2.3.    Verzoeker stelt dat hem bij recent archiefonderzoek ter kennis zijn gekomen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied I Het Wijde Blik" van 17 november 1976 en de beantwoording van de bezwaarschriften van 28 oktober 1976. Uit de betrokken stukken moet volgens hem worden afgeleid dat het toen op het perceel [locatie] te [plaats] aanwezige bouwwerk ten onrechte geen positieve bestemming heeft gekregen in het bestemmingsplan.
Niet kan worden ingezien dat genoemd besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en de beantwoording van de bezwaarschriften verzoeker redelijkerwijs niet vóór de uitspraak bekend konden zijn. Bovendien heeft verzoeker in het kader van de procedure tegen de opgelegde bestuursdwangbeschikking reeds betoogd dat het college onvoldoende had onderzocht of bij de vaststelling van het bestemmingsplan het toen aanwezige bouwwerk ten onrechte niet als recreatiewoning is aangemerkt en als zodanig op de plankaart is opgenomen. Dit betoog heeft de Afdeling bij uitspraak van 11 januari 2001 in zaak no. 200002254/1 en 200002254/2 verworpen op de grond dat moet worden uitgegaan van de in het bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming.
Derhalve is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder b en c van de Awb.
2.4.    Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump                w.g. Schortinghuis
Voorzitter                ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2005
66-422.