ECLI:NL:RVS:2005:AU7192
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning voor bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Woerden verleende aanvankelijk een bouwvergunning voor het oprichten van een bijgebouw ter vervanging van bestaande bijgebouwen op een perceel met de bestemming 'Erven -E-'. Na bezwaar werd deze vergunning geweigerd. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond.
Appellant stelde dat de woning als woongebouw moest worden aangemerkt, zodat de bouwvergunning op grond van artikel 20 van Pro het Bro verleend kon worden. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het gebouw een recreatiewoning betrof en geen woongebouw in de zin van de WRO, waardoor de vergunning niet op die grond kon worden verleend.
Echter stelde de Raad van State vast dat het college niet had gemotiveerd waarom geen toepassing was gegeven aan de vrijstellingsmogelijkheden van artikel 19 van Pro de WRO. Dit is in strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 van Pro de Awb. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd.