ECLI:NL:RVS:2005:AU7548
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.A.M. van Angeren
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen subsidieverlening gemeente Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 17 januari 2003 subsidie aan Stichting Thuiszorg Rotterdam voor producten voor 0-4-jarigen. Ouder- en Kindzorg Rotterdam, een 100% dochter van de Stichting, stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante geen belanghebbende was.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel belanghebbende was en dat het beroep mede namens de Stichting was ingesteld. De Raad van State oordeelde dat appellante geen recht of bevoegdheid aan het subsidiebesluit kon ontlenen, omdat haar aanspraak op subsidie afhankelijk was van afspraken met de Stichting. Ook was niet gebleken dat het beroep mede namens de Stichting was ingesteld binnen de beroepstermijn.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.