ECLI:NL:RVS:2005:AU7560

Raad van State

Datum uitspraak
7 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200504561/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.R. Schaafsma
  • M.A.G. Stolker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet bodembescherming
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen instemming saneringsplan voormalige gasfabriek Coevorden

Bij besluit van 9 november 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ingestemd met het saneringsplan voor het terrein van de voormalige gasfabriek te Coevorden. Appellanten, omwonenden, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat de schadelijke gevolgen van de sanering voor hun eigendommen onvoldoende waren meegewogen. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, hebben zij beroep ingesteld bij de Raad van State.

Tijdens de zitting op 11 november 2005 werden de partijen gehoord, waaronder vertegenwoordigers van appellanten, verweerder en de gemeente Coevorden. Appellanten verwezen naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad om hun standpunt te onderbouwen. Verweerder stelde dat de Wet bodembescherming alleen ziet op het behoud of herstel van de functionele eigenschappen van de bodem en dat schade aan eigendommen niet in de besluitvorming betrokken kan worden.

De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bescherming van de bodem centraal staat bij de beoordeling van het saneringsplan en dat mogelijke schade aan eigendommen van derden buiten beschouwing blijft. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot instemming met het saneringsplan is ongegrond verklaard.

Uitspraak

200504561/1.
Datum uitspraak: 7 december 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Drenthe,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2004, kenmerk 46/Bo/A8/2004007306, verzonden op 16 december 2004, heeft verweerder ingestemd met het saneringsplan voor het terrein van de voormalige gasfabriek te Coevorden.
Bij besluit van 13 april 2005, verzonden op 14 april 2005, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 24 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 25 mei 2005, beroep ingesteld.
Bij brief van 4 juli 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 november 2005, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. drs. J.A. van 't Slot, juridisch adviseur, en verweerder, vertegenwoordigd door M.K. Portena-Böhne en H.A. Booij, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Namens het college van burgemeester en wethouders van Coevorden zijn mr. H.W.J. Jonker en ing. R. Bezemer, ambtenaren van de gemeente, gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Appellanten betogen dat verweerder in het besluit onvoldoende aandacht heeft besteed aan de schadelijke gevolgen van de sanering voor eigendommen van de omwonenden en dat de daarbij betrokken belangen onvoldoende zijn afgewogen. Hierbij doen zij een beroep op de uitspraak  van de Hoge Raad van 6 december 2002, NJ 2003, 616.
2.2.    Verweerder betoogt hieromtrent dat in het kader van de Wet bodembescherming slechts beoordeeld kan worden of de functionele eigenschappen van de bodem behouden blijven of worden hersteld. Zijns inziens kan de vraag of eventuele schade voldoende wordt ondervangen, niet betrokken worden bij de beslissing om instemming met het saneringsplan te verlenen. Overigens wijst hij erop dat bij de in het plan weergegeven wijze van sanering wel degelijk rekening is gehouden met het beperken van het risico van schade aan opstallen van derden. De saneringstechnieken zijn zodanig gekozen dat het risico op schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Ook het ontwerp van de maatregelen is daarop afgestemd. Verder wordt voorafgaand aan de maatregelen de huidige toestand vastgelegd, zodat vastgesteld kan worden of schade optreedt. Daarbij worden hoogtebouten geplaatst aan de hand waarvan vastgesteld kan worden of zakkingen optreden. Tenslotte wordt een verzekering afgesloten om de kosten van schade aan omliggende panden te kunnen dekken. Een expertisebureau heeft een risico-beoordeling opgesteld. De daarin opgenomen adviezen worden in het plan verwerkt.
2.3.    De Afdeling overweegt dat de mogelijkheid van door een bodemsanering veroorzaakte schade aan de eigendommen van derden bij de besluitvorming omtrent de instemming met een saneringsplan geen rol kan spelen, omdat zij niet de bescherming van de bodem betreft. Zij kan in de onderhavige procedure derhalve niet aan de orde komen.
2.4.    Het beroep is ongegrond.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.R. Schaafsma, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Schaafsma    w.g. Stolker
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2005
157-433.