ECLI:NL:RVS:2005:AU7562
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Bestemmingplan Harlingen-Ludinga goedgekeurd ondanks bezwaren over ecologie, archeologie en woonklimaat
De gemeenteraad van Harlingen stelde op 16 juni 2004 het bestemmingsplan Harlingen-Ludinga vast, gevolgd door de goedkeuring door het college van gedeputeerde staten van Fryslân op 21 december 2004. Diverse appellanten dienden beroep in tegen deze goedkeuring, met bezwaren over onder meer ecologische en archeologische aspecten, de impact op het woon- en leefklimaat, en de ruimtelijke inrichting.
De Raad van State oordeelde dat enkele beroepen niet-ontvankelijk waren omdat appellanten niet tijdig zienswijzen of bedenkingen hadden ingebracht. Voor de ontvankelijke beroepen werd het plan inhoudelijk getoetst. Het archeologisch onderzoek toonde aan dat de meeste plandelen geen archeologische waarden bevatten en dat de bouwvoorschriften verstoringen beperken. Het ecologisch onderzoek was voldoende en ontheffingen onder de Flora- en faunawet werden verwacht.
De Raad concludeerde dat de bezwaren over aantasting van het Harlinger Bos, verlies van uitzicht, geluid- en lichthinder onvoldoende onderbouwd waren om de goedkeuring te weigeren. De ruimtelijke ordening en de belangenafweging waren zorgvuldig gemaakt, waarbij de noodzaak van de nieuwe woonwijk en de bescherming van groen en voorzieningen werden meegewogen. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond verklaard en het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Harlingen-Ludinga zijn niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard en het besluit tot goedkeuring blijft in stand.