ECLI:NL:RVS:2005:AU7567

Raad van State

Datum uitspraak
1 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200507971/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
  • S. Langeveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet uniforme openbare voorbereidingsprocedure AwbAanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Moordrecht Dorpskern 2005

De gemeenteraad van Moordrecht stelde op 8 februari 2005 het bestemmingsplan "Moordrecht - Dorpskern 2005" vast, dat onder meer de vervanging van een gymzaal door woningen en maatschappelijke voorzieningen mogelijk maakt. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter behandelde het verzoek op 21 november 2005 en overwoog dat het oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de bodemprocedure. Verzoeker betoogde onder meer dat de naam van het bestemmingsplan was gewijzigd en dat het plan na gedeeltelijke goedkeuring te laat ter inzage was gelegd, maar dit werd niet als schending van zijn belangen aangemerkt.

Verder maakte verzoeker bezwaar tegen de goedkeuring van een vrijstellingsbevoegdheid voor het oprichten van een GSM-mast en een wijzigingsbevoegdheid met betrekking tot gronden tegenover zijn woning. De Voorzitter stelde vast dat eerst de procedures voor deze bevoegdheden moeten worden doorlopen en dat er geen aanvragen waren ingediend. Gezien deze omstandigheden was er geen spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom wees de Voorzitter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Moordrecht - Dorpskern 2005 wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

200507971/2.
Datum uitspraak: 1 december 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 8 februari 2005 heeft de gemeenteraad van Moordrecht het bestemmingsplan "Moordrecht - Dorpskern 2005" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 16 augustus 2005, kenmerk DRM/ARB/05/2451A, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.
Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief, gedateerd 15 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 september 2005, beroep ingesteld.
Bij brief, gedateerd 15 september 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 september 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 november 2005, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door ir. J. Breedveld, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. H. Kats, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord de gemeenteraad, vertegenwoordigd door mr. R. van den Bosch, ambtenaar van de gemeente.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.
2.3.    Het bestemmingsplan heeft betrekking op de dorpskern van Moordrecht. Het plan maakt onder meer mogelijk dat de thans aanwezige gymzaal tegenover de woning van verzoeker wordt vervangen door woningen en maatschappelijke voorzieningen.
2.4.    Verzoeker voert aan dat de naam van het bestemmingsplan is gewijzigd ten opzichte van de naam van het ontwerp-plan. Verder stelt hij dat het plan na gedeeltelijke goedkeuring daarvan door verweerder te laat ter inzage is gelegd.
De eventuele niet-tijdige terinzagelegging van het plan na gedeeltelijke goedkeuring daarvan door verweerder betreft een omstandigheid van na het bestreden besluit, welke omstandigheid slechts van invloed kan zijn op eventuele verschoonbaarheid van termijnoverschrijding maar niet van belang is voor het antwoord op de vraag of het besluit van verweerder rechtmatig is.
In het raadsbesluit tot vaststelling van het plan is besloten de naam van het plan te wijzigen van "Moordrecht - Dorpskern 2004" in "Moordrecht - Dorpskern 2005". Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door deze naamswijziging in zijn belangen is geschaad.
2.5.    Verzoeker kan zich niet verenigen met de goedkeuring van de in artikel 16, eerste lid, onder e., van de planvoorschriften opgenomen vrijstellingsbevoegdheid ten behoeve van het oprichten van een GSM-mast. Verzoeker stelt verder dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de in artikel 17 van Pro de planvoorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid met betrekking tot gronden tegenover zijn woning.
Verzoeker beoogt hiermee onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen.
2.6.    Verweerder heeft artikel 16, eerste lid, onder e., van de planvoorschriften goedgekeurd. Verweerder heeft voorts goedkeuring verleend aan artikel 17 van Pro de planvoorschriften, behoudens aan de zinsnede 'aan de straatzijde' in artikel 17, eerste lid, onder a., van de planvoorschriften, waaraan verweerder goedkeuring heeft onthouden.
2.7.    De Voorzitter stelt vast dat, voordat gebruik kan worden gemaakt van bovengenoemde vrijstellings- en wijzigingsmogelijkheden, eerst de daarbij behorende procedures moeten worden doorlopen.
Ter zitting heeft de gemeenteraad verklaard dat geen aanvragen zijn ingediend voor het oprichten van een GSM-mast, en dat van dergelijke aanvragen naar verwachting op korte termijn evenmin sprake zal zijn.
De gemeenteraad heeft ter zitting verklaard dat bij de projectontwikkelaar een bouwplan in voorbereiding is voor de ontwikkeling van de gronden tegenover de woning van verzoeker. Volgens de gemeenteraad zal een bouwplan voor deze gronden niet eerder dan in april 2006 worden ingediend, waarna de wijzigingsprocedure zal worden doorlopen.
Gelet op het vorenstaande verwacht de Voorzitter niet dat toepassing zal worden gegeven aan de vrijstellingsbevoegdheid met betrekking tot het oprichten van een GSM-mast of aan de wijzigingsbevoegdheid met betrekking tot de gronden tegenover de woning van appellant voordat de Afdeling een uitspraak in de bodemprocedure zal hebben gedaan.
2.8.    Gelet op het vorenstaande bestaat thans geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
2.9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel    w.g. Langeveld
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2005
317-481.