ECLI:NL:RVS:2005:AU7587
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanvullende stageopdracht Universiteit Maastricht
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Examencommissie van de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit Maastricht, waarin werd bepaald dat zij een aanvullende opdracht moest vervullen om een voldoende stagebeoordeling te verkrijgen. Het College van Beroep voor de Examens verklaarde het beroep ongegrond en de rechtbank Maastricht verklaarde het daaropvolgende beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De Raad van State overwoog dat appellante geen aannemelijk belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, nu de stageverklaring Sociale Geneeskunde op 23 augustus 2004 was getekend. Ook het betoog dat het dossier onvolledig was en daardoor in strijd met artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht was gehandeld, werd niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van belang.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 7 december 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.