ECLI:NL:RVS:2005:AU7594
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking voorwaardelijke toevoegingen door Bureau Rechtsbijstandvoorziening
Het Bureau Rechtsbijstandvoorziening trok twee voorwaardelijke toevoegingen in die aan appellante waren verleend. Na administratief beroep werd dit besluit gemuteerd in definitieve toevoegingen. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde de beslissing op beroep. Zowel het bureau als appellante stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de vermogensgrenzen uit de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand (Bdr). Het bureau had bij de waardering van het vermogen van appellante een vrijstelling gehanteerd die nog niet van kracht was en hield geen rekening met haar schuldpositie zoals een verhaalschuld bij de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat het bureau onrechtmatig had gehandeld door niet uit te gaan van de toen geldende regelgeving. De Raad van State onderschreef dit oordeel en bevestigde dat niet via een circulaire vooruitgelopen kan worden op nieuwe regelgeving. Tevens werd geoordeeld dat bij de bepaling van de draagkracht het moment van het mutatieverzoek leidend is en dat de rechtbank terecht geen rekening hield met de volledige schuldpositie omdat de vermogensgrens toch werd overschreden.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de vernietiging van het besluit tot intrekking van de toevoegingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de voorwaardelijke toevoegingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.