ECLI:NL:RVS:2005:AU7597
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing toevoeging rechtsbijstand
Appellant verzocht de raad voor rechtsbijstand om toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand, welke op 14 mei 2004 werd afgewezen. Een verzoek tot herziening van dit besluit werd eveneens afgewezen op 22 november 2004. Appellant diende bezwaar in, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, namelijk twee dagen na het verstrijken van de bezwaartermijn.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting verscheen alleen de raad, appellant was niet aanwezig.
De Raad van State oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 december 2005.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens te late indiening.