ECLI:NL:RVS:2005:AU7610
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering vrijstelling en bouwvergunning stapmolen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo weigerde op 22 augustus 2003 vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan en wees de aanvraag voor een bouwvergunning voor een stapmolen op het perceel van appellant af. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde dat de stapmolen onmisbaar is voor de verzorging van zijn paardenstal waarvoor eerder een vergunning was verleend en dat de stapmolen ruimtelijk goed inpasbaar is.
De Raad van State overwoog dat de stapmolen strijdig is met het bestemmingsplan omdat deze buiten het bebouwingsoppervlak is gebouwd. Het college mocht zich op het standpunt stellen dat de stapmolen een uitbreiding en intensivering van de activiteiten op het perceel betekent, gezien het feit dat met de stapmolen meerdere paarden tegelijk worden getraind. Daarnaast is het perceel omgeven door burgerwoningen die hinder ondervinden van het gebruik van de stapmolen, waardoor verdere uitbreiding niet wenselijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het college in redelijkheid de vrijstelling kon weigeren en dat de rechtbank de zaak terecht ongegrond verklaarde. De belangen van omwonenden zijn meegewogen en het betoog over redelijke eisen van welstand behoefde geen beoordeling meer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.