ECLI:NL:RVS:2005:AU7954
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.E.M. Polak
- I.A. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning sexinrichting in Den Haag bevestigd
De burgemeester van Den Haag heeft op 23 februari 2005 geweigerd een exploitatievergunning te verlenen voor een sexinrichting in een pand te Den Haag. Verzoekers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze weigering, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
Verzoekers vroegen vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat zij tijdens het hoger beroep mochten handelen alsof de vergunning was verleend. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit verzoek behandeld en overwogen dat een dergelijke voorziening alleen kan worden toegekend indien op voorhand vaststaat dat de weigering onjuist is.
De burgemeester baseerde zijn weigering op een zakelijk samenwerkingsverband tussen diverse partijen en de aanwezigheid van ernstige gevaren dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten. De rechtbank had dit standpunt gemotiveerd bevestigd. De Voorzitter oordeelde dat het complexe oordeel in de bodemprocedure moet worden afgewacht en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet kan worden ingewilligd.
Wel werd aangegeven dat de bodemprocedure spoedig zal worden behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Voorzitter wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning wordt afgewezen.