Uitspraak
200407212/1, geheel vernietigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Etten-Leur stelde op 9 februari 2004 de eerste partiële herziening van het bestemmingsplan Schoenmakershoek vast. De gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloten op 28 juni 2005 tot goedkeuring van deze partiële herziening, waarbij zij de aanduiding "plangrens eerste partiële herziening" niet goedkeurden. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de gedeputeerde staten onvoldoende rekening hadden gehouden met het feit dat de plangrens op de kaart niet overeenkomt met de reikwijdte van de planvoorschriften. Hierdoor was onduidelijk op welke gronden de partiële herziening betrekking had, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarnaast waren de door appellant ingediende bedenkingen niet betrokken bij de besluitvorming, wat strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 28 juni 2005 voor zover het de goedkeuring van de partiële herziening betreft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot goedkeuring van de partiële herziening van het bestemmingsplan Schoenmakershoek is vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.